Klus

Op dag 1 startte God het karwei, hij scheidde licht en donker en schiep zo dag en nacht.

Op dag 2 schiep hij het hemelgewelf.

Op dag 3 de aarde, de zee, de planten en de bomen.

Op dag 4 de zon, de maan en de sterren.

Op dag 5 de vogels en de vissen.

Lees verder

Pandjesdief

Twee mannen liggen spartelend op de grond. Een van de twee is groot en gespierd. Hij draagt een sweater met logo-opdruk van een bedrijf. De andere is mager en ziet er sjofel uit. Met alle macht probeert hij los te komen uit de houdgreep waarin hij gevangen zit.

De sterke man ziet wit van woede. ‘Bel de politie!’, briest hij naar omstanders. ‘Ik heb niks gedaan’, kermt de ander.

Het is olie op het vuur. Zijn belager slaat volledig door. Hij haakt zijn rechterarm om de nek van zijn slachtoffer en trekt diens hoofd achterover. Het komt omhoog alsof hij een bal uit een buis perst.

‘Vuile dief!’

Lees verder

Beschermengel

15 mei. Na het avondeten nog naar AH geweest. Groente en roggebrood voor maandag veiliggesteld. Het was niet veel; op zondag wil ik winkelbezoek zo veel mogelijk vermijden. Ik had het verdeeld over twee tassen aan mijn schouders. Ik zal zwaar bepakt hebben geleken maar droeg lucht.

Het was warm op de terugweg over Tussen Meer. De avondzon scheen me tegemoet, de eerste zwoele avond van het voorjaar. Op de terrasjes van de winkelstraat klonk opgewonden zomerpraat.

Lees verder

Plasticmijn

Steeds als ik erlangs loop komt de ergernis. Dat moet ik niet toelaten; ik ben zen genoeg om dat te snappen.

Onze flat staat in een buitenwijk van Amsterdam. Hij is zestig jaar geleden gebouwd, kort na mijn geboortejaar. Links en rechts van het gebouw lopen twee brede, rafelige sloten. Die strekken zich uit langs nog zes andere flats, identiek aan de onze. Ze zijn parallel aan elkaar neergezet, over een afstand van circa zevenhonderd meter. Ertussen liggen speelplekken, parkeerplaatsen en forse plantsoenen met veel flinke, volwassen bomen.

De walkanten van de sloten zijn dicht begroeid met riet en ruige planten. Op de oevers staan populieren, iepen, treurwilgen en espen. Van die laatste ratelen de bladeren bij het minste zuchtje wind. Het kruid tussen de bomen staat in het voorjaar en in de zomer hoog. Het bloeit geel, wit, rood en paars. En het ruikt naar de zuurtjes waar ik als kind op sabbelde als we lange autoritten maakten.

Lees verder