Onvermogen

Ik was een jaar of acht en vroeg de juffrouw in de klas hoe het zat met de uitlaatgassen van de auto’s. Was het niet erg dat we die viezigheid de lucht in bliezen?

‘Dat lossen de bomen en de planten op, zij maken de lucht weer schoon’ – ik tuinde erin als kind.

Dit was pak ‘m beet 55 jaar geleden. Over het klimaat maakte de wereld zich geen zorgen.

Het is goed mogelijk dat mijn juffrouw van toen nog leeft. Dan is zij nu vast een lieve, wijze oma. Wat zou zij zeggen als ik haar die vraag vandaag de dag opnieuw stelde? Zou haar antwoord nu net zo onbekommerd zijn?

Lees verder

Zwermgeest

Vanaf tien hoog, waar ik woon, kan ik het goed zien: zwermen spreeuwen die dansende capriolen uithalen in de avondzon, alsof zij grote swingende organismen zijn.

Een school vissen kan zich ook zo gedragen: een zilveren zwier, en het hele boeltje zwemt zomaar de andere kant op.

En wandel op een zonnige zaterdagmiddag eens vanaf de Dam het zebrapad over naar de Kalverstraat. Het is haast onmogelijk om daar een individueel loopje van te maken; de zuigkracht van de mensenstroom beteugelt onmiddellijk elke afwijkende gedraging. Je móét wel mee met het collectief.

Zwermgeest – zo heet dat verschijnsel – oogt als een onmogelijke coördinatie van ontelbare individuen, een geheimzinnige hand die vat lijkt te hebben op de hele groep.

Lees verder

Plasticmijn

Steeds als ik erlangs loop komt de ergernis. Dat moet ik niet toelaten; ik ben zen genoeg om dat te snappen.

Onze flat staat in een buitenwijk van Amsterdam. Hij is zestig jaar geleden gebouwd, kort na mijn geboortejaar. Links en rechts van het gebouw lopen twee brede, rafelige sloten. Die strekken zich uit langs nog zes andere flats, identiek aan de onze. Ze zijn parallel aan elkaar neergezet, over een afstand van circa zevenhonderd meter. Ertussen liggen speelplekken, parkeerplaatsen en forse plantsoenen met veel flinke, volwassen bomen.

De walkanten van de sloten zijn dicht begroeid met riet en ruige planten. Op de oevers staan populieren, iepen, treurwilgen en espen. Van die laatste ratelen de bladeren bij het minste zuchtje wind. Het kruid tussen de bomen staat in het voorjaar en in de zomer hoog. Het bloeit geel, wit, rood en paars. En het ruikt naar de zuurtjes waar ik als kind op sabbelde als we lange autoritten maakten.

Lees verder

Slavernij

Ik zal voortaan met andere ogen naar Oopjen kijken. Zij is een van de grote juwelen uit de schatkamer van onze gouden eeuw. Samen met Marten Soolmans, haar man, werd zij begin 2016 voor 160 miljoen euro gekocht van de familie De Rothschild. Zij maken deel uit van ons culturele erfgoed en horen dus gemeenschapsbezit te zijn. De aankoop was een project van ons Rijks en het Franse Louvre, waar Oopjen en Marten sindsdien om en om elkaar gezelschap houden.

Op dit moment hangt het koppel Soolmans in het Rijks, als onderdeel van de tentoonstelling Slavernij. Met negen andere namen vertelt het stel het verhaal van het Nederlandse slavernijverleden.

Op vrijdag 9 juli ben ik daar.

Lees verder

Wortelrot

De komende twee jaar gaat er 8,5 miljard euro naar de scholen en gemeentes om de kansenongelijkheid in het onderwijs te bestrijden. Het geld wordt beschikbaar gesteld in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs van het ministerie van OCW. De al jaren stijgende kansenongelijkheid in het onderwijs wordt als een van de grondoorzaken gezien van het groeien van de kansenongelijkheid in de Nederlandse samenleving als geheel. Vandaar. De coronapandemie en de documentaireserie Klassen hebben het probleem definitief op de kaart gezet. Nu wordt het eindelijk aangepakt. Maar zal deze zak geld werkelijk bijdragen aan het oplossen van de groeiende kloof tussen kansarm en kansrijk?

Lees verder