Klus

Op dag 1 startte God het karwei, hij scheidde licht en donker en schiep zo dag en nacht.

Op dag 2 schiep hij het hemelgewelf.

Op dag 3 de aarde, de zee, de planten en de bomen.

Op dag 4 de zon, de maan en de sterren.

Op dag 5 de vogels en de vissen.

Lees verder

Zwermgeest

Vanaf tien hoog, waar ik woon, kan ik het goed zien: zwermen spreeuwen die dansende capriolen uithalen in de avondzon, alsof zij grote swingende organismen zijn.

Een school vissen kan zich ook zo gedragen: een zilveren zwier, en het hele boeltje zwemt zomaar de andere kant op.

En wandel op een zonnige zaterdagmiddag eens vanaf de Dam het zebrapad over naar de Kalverstraat. Het is haast onmogelijk om daar een individueel loopje van te maken; de zuigkracht van de mensenstroom beteugelt onmiddellijk elke afwijkende gedraging. Je móét wel mee met het collectief.

Zwermgeest – zo heet dat verschijnsel – oogt als een onmogelijke coördinatie van ontelbare individuen, een geheimzinnige hand die vat lijkt te hebben op de hele groep.

Lees verder

Pandjesdief

Twee mannen liggen spartelend op de grond. Een van de twee is groot en gespierd. Hij draagt een sweater met logo-opdruk van een bedrijf. De andere is mager en ziet er sjofel uit. Met alle macht probeert hij los te komen uit de houdgreep waarin hij gevangen zit.

De sterke man ziet wit van woede. ‘Bel de politie!’, briest hij naar omstanders. ‘Ik heb niks gedaan’, kermt de ander.

Het is olie op het vuur. Zijn belager slaat volledig door. Hij haakt zijn rechterarm om de nek van zijn slachtoffer en trekt diens hoofd achterover. Het komt omhoog alsof hij een bal uit een buis perst.

‘Vuile dief!’

Lees verder

KLM

‘Wat kunnen die sjoemelen zeg!’, roept iemand in mijn droom.

Ik zie twee liften;
één omhoog,
één omlaag.

Daar wordt men in gezet.

Het zoeft;
óf omhoog,
óf omlaag.

Slikken, suizen, trommelvliezen.
Boeren, braken, maag.
Men verreist niet!

Wakker.

Vliegen als suggestie;
je kunt de wereld
mooier dromen dan hij is.

Beschermengel

15 mei. Na het avondeten nog naar AH geweest. Groente en roggebrood voor maandag veiliggesteld. Het was niet veel; op zondag wil ik winkelbezoek zo veel mogelijk vermijden. Ik had het verdeeld over twee tassen aan mijn schouders. Ik zal zwaar bepakt hebben geleken maar droeg lucht.

Het was warm op de terugweg over Tussen Meer. De avondzon scheen me tegemoet, de eerste zwoele avond van het voorjaar. Op de terrasjes van de winkelstraat klonk opgewonden zomerpraat.

Lees verder